Aan spelers en volgers van FC Abcoude 8. Het einde van een tijdperk Geheel in stijl hebben wij ons voetballeven beëindigd. Geholpen door de weergoden en de, door ons zeer gewaardeerde, aandacht van het bestuur in de vorm van bloemen, bubbels en een heuse foto-shoot, sloten wij af met een laatste wedstrijd op de lavabodem van veld 2. Iedere andere zondag zou dit een spervuur aan reacties teweeg hebben gebracht, maar het nakende voetballoze bestaan deed zelfs de meest scherpe tong verstommen. Omdat wij ons maar al te graag spiegelen aan de groten der aarde hadden wij voor ons laatste kunstje een internationaal gezelschap uitgenodigd. Dit uit Turkse en Marokkaanse internationals bestaande gezelschap had evenwel geen zin om hun medewerking te verlenen aan een meeslepend en heroïsch schouwspel. De vergelijking met het afscheid van de grote JC, ook wel El Salvador genaamd, drong zich ogenblikkelijk op en met een blik op de eindstand van 0-8 kan terecht worden geconcludeerd dat wij ons definitief in de eregalerij van de mislukte afscheidnemers hebben gevestigd. Dit afscheid geldt echter niet iedereen. Een (jeugdige?) minderheid kiest er voor zijn voetballeven te vervolgen, maar de overgebleven manschappen van het eerste en tweede uur kiezen definitief voor een andere invulling van de vrijetijdsbesteding. Hoe is het die Jonge Veteranen, handelend onder de naam FC Abcoude 5,6,7 of 8 eigenlijk al die jaren vergaan? Wat waren de hoogte- en dieptepunten? Was iedere zondag eigenlijk geen hoogtepuntje op zich? En hoe zwaar wogen de tegenslagen, die vooral het steeds belangrijker wordende sociale aspect behelsden? Een terugblik. We schrijven seizoen 81/82 als een groep oudere voetballers zich collectief terugtrekt uit de prestatieve omgeving van de A-selectie om op een lager niveau het plezier in het voetbal te behouden of te hervinden. Van die bewuste groep is onze Pater Familias Ton Koekenbier nog de enige actieve speler en waarschijnlijk was hij tot zondag 8 mei ’11 het oudste en langst spelende lid. Dit verandert als het orakel Schmitz binnen komt wandelen. Ternauwernood voldoet hij aan de toenmalige ongeschreven regel dat iedere speler in het eerste elftal zijn opwachting moest hebben gemaakt. Gebruikmakend van een beoordelingsfout van (atletiek)trainer Vastenhout Vanaf de eindjaren ’80, begin ‘90 fungeert het elftal als het afbouwhospitium voor clubcoryfeeën met wat sleet die in de trainersperiode van Piet Schrijvers in belangrijke mate verantwoordelijk zijn geweest voor de successen die vanuit de 3e klasse AVB tot aan de 4e klasse KNVB reikten. Jan Willem Kuiper, Hans Maijer, Co Hardebol, Jan van der Vegt en nog wat later via een omweg Paul van der Kroon ,Theo Snoek ,Frits Hirschstein, Berry Vermey en Frank van der Meer brengen meer voetbal en toch ook weer wat prestatiedrang in de gelederen. Bij de ouderen van de eerste lichting zat ook nog steeds wat venijn en in de combinatie met een enkeling van buiten Het Dorp, ontstaat er een groep die een groot aantal jaren samenspeelt en goed is voor zo’n 5 of 6 kampioenschappen. Het is een tijd waarin vrijwel iedereen altijd aanwezig is, zondag is voetbaldag en aan het eind van zo’n dag is het bijna vechten om een rondje te kunnen geven. De schaars stoppende medespelers kunnen in die periode nog redelijk eenvoudig vervangen worden en het spelniveau blijft ondanks de stijgende gemiddelde leeftijd (we zitten inmiddels zo rond 40/41 jaar) van redelijk niveau. Eveneens van bijzonder niveau zijn de jaarlijkse seizoenafsluitingen. Een keur aan activiteiten is door ons beoefend, maar varen, eten en natuurlijk drinken op en aan de Vinkeveense Plassen was en is nog steeds een topper. Budgettair was dit ook altijd het meest verantwoord en dat was wel nodig nadat de heren Snoek en Van der Kroon kort na hun intrede in ons gezelschap de volledige goudvoorraad over de balk hadden gesmeten. Natuurlijk droeg onze drankconsumptie substantieel bij aan de torenhoge rekening, maar de huur van een dubbeldeks bus en nog wat andere frivoliteiten hebben onze liquiditeit tot op de dag van vandaag zware schade toegebracht. Intussen waren wij ook voorbeeldige, verantwoordelijke leden geworden. Als elftal draaiden wij geheel vrijwillig kantinediensten, een aantal teamgenoten maakten zich verdienstelijk als trainer/leider o.i.d en de Club van 100 vond en vindt bij ons een behoorlijk aantal sympathisanten. Burgerlijke ongehoorzaamheid dreigt eigenlijk alleen bij onrechtvaardige veldindelingen én zangertjes in de kantine. De eerder uitgesproken doelstelling om er in het millennium jaar 2000 mee te stoppen wordt niet gehaald en dat is gezien het misschien wel mooiste kampioenschap in 2003 nog maar gelukkig ook. In 2001 was bij onze rots in het hart van de verdediging Joop Bon kanker geconstateerd, zolang als mogelijk is hij blijven spelen en nog weer later was hij erbij als grensrechter. Zijn overlijden in november 2002 was een grote schok. De rest van dat seizoen speelden wij voor hem en het behaalde kampioenschap in 2003 bij AFC en het bezoek aan de begraafplaats staan voor altijd in het geheugen gegrift. Kampioenschappen zaten er vanaf 2003 niet meer in. De gestage toename van de gemiddelde leeftijd en de recht evenredig afnemende kwaliteit maken het niet meer mogelijk om binnen de lijnen nog potten te breken. We opteren vrijwel ieder jaar voor plaats 8 op de ranglijst. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet kunnen invullen van deze fte’s zand in de geoliede machine deed belanden. Noodgedwongen kiezen we sedertdien voor een systeem met Melkertbanen, zo’n 8 man voeren een deel van de leiderstaak uit. Ook binnen de lijnen staat de organisatie onder druk. Afnemend fysiek vermogen, een veelvuldig gebrek aan mankracht en helaas een wat minder sterk ontwikkeld groepsgevoel dragen ertoe bij dat een aantal mensen zich heeft beraden en voor een andere invulling kiest(gaat kiezen). Is dat gek? Nee, natuurlijk niet. De gemiddelde leeftijd zit inmiddels boven de 50, via FC Abcoude 7 zijn we inmiddels al weer enige jaren het 8e en de hersensignalen worden door de extremiteiten niet altijd meer goed opgepikt. Dientengevolge ontstaan er frustraties die weer hun weerslag hebben op het groepsgevoel dat toch al enigszins op de tocht staat. 30 jaar Jonge Veteranen staat echter als een huis. Het heeft mij in ieder geval ( en ik hoop jullie ook) veel gebracht. Het was bijna altijd een feestje. Ondanks de tegenslagen die wij als groep ook hebben gekend. Er zijn vriendschappen voor het leven ontstaan en de leus dat sport verbroedert kan niet anders als bevestigend worden onderschreven. Het was een mooie tijd, aan iedereen die hier een bijdrage aan geleverd heeft zeg ik bedankt, het gaat jullie goed en tot ziens. Bob Miltenburg
Laatst vernieuwd: 31.07.2011 om 15:52 Terug |





.jpg)

